Atoms
References

Sleuteltermen & Woordenlijst

Beheers de taal van Vibe Coding met deze snelle referentiegids.

Deze gids legt veelvoorkomende termen uit die je tegenkomt wanneer je met code en AI-tools werkt. We hebben de definities eenvoudig gehouden zodat je snel op niveau bent.

Atoms-specifieke termen

  • Team Modus: Activeert een team van AI-agents om complexe vereisten voor je af te handelen, waaronder een Product Manager, Engineer, Data Scientist, Deep Researcher en Architect.

  • Engineer Modus: Wijst alleen de Engineer-agent, Alex, toe om aan je project te werken.

  • Race Modus: Hiermee kun je dezelfde prompt gelijktijdig op meerdere modellen uitvoeren om hun output te vergelijken.

  • Diepgaand Onderzoek: Een functie voor het uitvoeren van diepgaand onderzoek om professionele rapporten te genereren, waaronder academische papers, bedrijfsanalyses en marktrapporten.

  • App Viewer: Hiermee kun je resultaten bekijken en elk visueel element direct op de pagina aanpassen.

  • Remix: Hiermee kun je elk project dupliceren naar je eigen chat om vanaf daar verder te bouwen of te bewerken.

  • Publiceren: Genereert een stabiele link naar je huidige applicatie om deze eenvoudig te delen.

  • App World: Het platform van Atoms voor creativiteit, waar je je werk kunt tonen en je vaardigheden op de homepage kunt uitlichten.

LLM's & Vibe Coding

  • Vibe Coding: De praktijk van software schrijven door een AI in gewone taal te vertellen wat je wilt (de "vibe" of intentie) en het de daadwerkelijke code te laten genereren. Jij richt je erop of de app goed aanvoelt en correct werkt, in plaats van je zorgen te maken over puntkomma's of specifieke logica.

  • Artificial Intelligence (AI): Een brede term voor computersystemen die taken kunnen uitvoeren waarvoor normaal menselijke intelligentie nodig is—zoals spraak herkennen, beslissingen nemen of talen vertalen.

  • LLM (Large Language Model): Een type AI dat is getraind op enorme hoeveelheden tekst. Het is de technologie achter tools zoals ChatGPT en Claude. Het is ongelooflijk goed in het voorspellen welk woord als volgende in een zin komt, waardoor het essays kan schrijven, vragen kan beantwoorden en code kan schrijven.

  • Hallucinatie: Wanneer een AI je vol vertrouwen een volledig fout antwoord geeft. AI-modellen klinken vaak erg overtuigend, dus je moet de code of feiten die ze genereren altijd dubbel controleren.

  • Prompt: De tekst die je in de AI typt om een antwoord te krijgen. "Prompt Engineering" is gewoon een chique manier om te zeggen: "leren hoe je de juiste vragen stelt om de beste resultaten te krijgen."

  • Token: Hoe een AI telt. Een AI ziet geen "woorden"—het ziet "tokens". Een token is ongeveer vier tekens tekst. Het woord "appel" is bijvoorbeeld één token, maar een lang, complex woord kan drie tokens zijn. AI-kosten en -limieten worden meestal in tokens gemeten.

  • Human-in-the-Loop: Dat ben jij. Ook al schrijft de AI de code, jij bent de "manager" in de loop. Je beoordeelt het werk, voert controles uit en stuurt de AI bij als die van het spoor raakt. Je bent niet langer de schrijver, maar wordt de beoordelaar.

  • Itereren: Het proces van het verfijnen van de code via gesprek. Bij vibe coding krijg je het zelden in één keer perfect. Je "itereert" door dingen te zeggen als: "Maak die knop groter", "Los de fout op regel 10 op" of "Nee, gebruik een andere kleur."

Basisprincipes van coderen

  • API (Application Programming Interface): Een brug waarmee twee verschillende programma's met elkaar kunnen praten. Zie het als een ober in een restaurant: jij (de gebruiker) geeft een bestelling aan de ober (de API), en die brengt je het eten uit de keuken (het systeem) zonder dat jij hoeft te weten hoe het is bereid.

  • Bug: Een fout of glitch in de code waardoor de software crasht of zich vreemd gedraagt.

  • Versie Control (Git): Een "tijdmachine" voor code. Het houdt elke wijziging bij die iemand maakt, zodat je gemakkelijk kunt teruggaan naar een versie die werkte als er iets kapotgaat.

  • Frontend (Client-side): Dit is alles wat je op je scherm kunt zien en aanraken. Het zijn de knoppen, de tekst, de afbeeldingen en de animaties. Als je op een website surft, is de "frontend" wat er in je browser draait.

  • Backend (Server-side): Dit is het "brein" van de applicatie dat op een externe computer (server) draait. Het verwerkt gegevens, slaat je bestanden op en beheert de logica die de gebruiker nooit ziet.

  • UI (User Interface): Het specifieke ontwerp en de lay-out van de app. Het verwijst naar de "look and feel"—de kleurenschema's, de vorm van de knoppen en de leesbaarheid van de tekst.

  • Full Stack: Een ontwikkelaar (of een tool) die zowel de Frontend als de Backend aankan.

Concepten in softwareontwikkeling

  • Product Manager: De persoon die beslist wat er gebouwd moet worden en waarom. Diegene fungeert als de "CEO" van een specifieke functie en weegt af wat gebruikers willen tegenover wat het bedrijf nodig heeft. Ze schrijven de plannen (PRD), maar schrijven meestal niet de code.

  • Engineer: De bouwer. Die neemt de plannen van de Product Manager en schrijft de daadwerkelijke code om het te laten werken. Diegene bepaalt hoe het efficiënt en veilig gebouwd kan worden.

  • Architect: De "stedenbouwkundige" van de software. Die schrijft meestal niet elke regel code; in plaats daarvan neemt diegene beslissingen op hoog niveau over welke technologieën gebruikt moeten worden en hoe verschillende delen van het systeem met elkaar verbonden moeten zijn, zodat het geheel niet instort naarmate het groeit.

  • Data Scientist: De detective. Die kijkt naar de enorme hoeveelheden gegevens die de app genereert (zoals gebruikersklikken of verkoopcijfers) en gebruikt wiskunde en code om patronen te vinden, zodat het bedrijf slimmere beslissingen kan nemen.

  • Deep Researcher: Een rol (of soms een gespecialiseerde AI-agent) die zich richt op het onderzoeken van complexe, onbekende onderwerpen. In tegenstelling tot een standaardzoekopdracht duikt een deep researcher in academische papers, technische documentatie en lange rapporten om een uitgebreid antwoord op een moeilijk onderwerp samen te stellen.

Strategie & Groei

  • SEO (Search Engine Optimization): De kunst van het optimaliseren van je website zodat die bovenaan in de Google-resultaten verschijnt. Het omvat het gebruik van de juiste zoekwoorden, het snel maken van de site en ervoor zorgen dat andere sites naar jou linken.

  • Growth: Een mix van marketing en engineering die volledig gericht is op het krijgen van meer gebruikers. Een "Growth Engineer" kan functies bouwen die specifiek bedoeld zijn om mensen aan te moedigen hun vrienden uit te nodigen of zich sneller aan te melden.

  • PRD (Product Requirements Document): De "blauwdruk" voor een functie. Dit document, geschreven door de Product Manager, legt precies uit wat een nieuwe functie moet doen, hoe die eruit moet zien en hoe succes wordt gemeten. Engineers gebruiken dit als hun handleiding.

Paginastructuur & Navigatie

  • Headings (Titles): De structuur van de inhoud van je pagina. In code worden deze aangeduid als H1, H2, H3, enzovoort. H1 is de hoofdtitel (zoals een boektitel), en H2's zijn de hoofdstuktitels. Ze helpen zowel gebruikers als Google te begrijpen waar je pagina over gaat.

  • Footer: Het gedeelte helemaal onderaan elke pagina. Het is de "rommellade" van de website—de plek waar je dingen neerzet die belangrijk zijn maar niet de hoofdrol spelen, zoals juridische beleidsregels, contactinformatie en links naar sociale media.

  • Favicon: Het kleine pictogram dat verschijnt op het tabblad van je webbrowser (naast de paginatitel). Het helpt gebruikers je site snel te herkennen wanneer ze twintig tabbladen tegelijk open hebben.

Was deze pagina nuttig?

Gerelateerde artikelen